03
juni
2014
|
00:00
Europe/Amsterdam

Voorstellen Raad voor Cultuur in strijd met Europees recht

Hilversum, 3 juni 2014 - Het in maart 2014 gepresenteerde advies van de Raad voor Cultuur voor de toekomst van de publieke omroep (De tijd staat open) lijkt in strijd met Europees recht en doet afbreuk aan de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de publieke omroep. Dat staat in een rapport van advocatenkantoor Kennedy Van der Laan, opgesteld na een vraag van Omroep MAX. Advocatenkantoor Kennedy Van der Laan heeft zich daarbij gericht op de juridische haalbaarheid van de voorstellen van de Raad voor Cultuur die een concrete wijziging van de huidige structuur met zich meebrengen, waaronder het verworden van de NPO tot omroep, die hoofdredactie over de gehele publieke omroep gaat voeren, de drie dubbele pet die zij daardoor krijgt en het voorstel om de NPO 50% van de zendtijd van de publieke omroep te laten vullen.

Jan Slagter (directeur omroep MAX) wil benadrukken dat het advies ook veel aanbevelingen bevat die door de publieke omroepen worden omarmd en die kunnen worden opgevolgd zonder ingrijpende wijzigingen van het bestel. “We hebben Kennedy van der Laan gevraagd om zich te richten op de voorstellen voor een stelselwijziging en deze juridisch te beoordelen omdat wij al vreesden dat hierdoor de belangrijke waarden van de publieke omroep worden geschaad, namelijk de onafhankelijkheid en de pluriformiteit. We hopen dat de beslissers in dit land het oordeel daarover van Kennedy van der Laan meenemen.”

In zijn opdracht aan de Raad voor Cultuur stelde staatssecretaris Dekker van OC&W onafhankelijkheid en pluriformiteit als randvoorwaarden. Als de omroepen hun hoofdredactionele verantwoordelijkheid af moeten staan aan de NPO zal dat echter leiden tot een minder pluriforme en diverse publieke omroep. Er blijft eigenlijk maar één omroep over, de NPO. De huidige omroepen verworden tot een soort productiehuizen. Dit kon recent gelukkig ook niet op de steun van de staatssecretaris rekenen die bij de behandeling van de wijziging van de Mediawet in de Eerste Kamer (oktober 2013) een vergelijkbaar “productiehuis” constructie afkeurde. Hij stelde dat “… een productiehuizenmodel een te rigoureuze omvorming is die de continuïteit van de publieke omroep ernstig in gevaar brengt”. Hij wees er tevens op dat een dergelijke constructie “niet eenvoudig is uit te werken binnen de kaders van de Europese regels over staatssteun en mededinging.” Die conclusie trekt Kennedy van der Laan ook in het rapport.

Dat de Nederlandse overheid zelf al lang wist dat bestuur en programmering gescheiden moest zijn, blijkt uit het feit dat de NPO en NOS in 2009 uit elkaar zijn gehaald om geldstromen, bestuur en redactie te scheiden. De regering wees er bij de verzelfstandiging van de NOS op dat het onwenselijk is als één partij het geheel coördineert, beslist over de verdeling van geld en de plaatsing van het media-aanbod en ook nog eens leiding geeft aan de grootste omroep. Ook benadrukte de regering dat er gepaste afstand moet bestaan tussen het bestuur en de dagelijkse programmaverzorging. Met advies van de Raad voor Cultuur wordt deze scheiding niet alleen teruggedraaid, ze laat de politiek zelfs nog dichterbij komen dan in de oude situatie.

Jens van den Brink (advocaat Kennedy van der Laan): “Hoewel de staatssecretaris dat wel als randvoorwaarde stelde, heeft de Raad voor Cultuur aangegeven dat zij niet heeft gekeken naar juridische haalbaarheid, omdat het recht zich naar de ontwikkeling zal moeten vormen, en niet andersom. Dat wreekt zich. Niet alleen omdat de Europese regels waarmee deze plannen conflicteren niet zullen buigen naar de Nederlandse wensen. Maar vooral omdat de regels hun grondslag vinden in principes die het fundament vormen van een democratische rechtsstaat. Mediavrijheid, onafhankelijkheid en pluriformiteit. Principes die er onder de plannen van de Commissie slecht vanaf komen.”